top of page

Brief aan Jesse: Sometimes it snows in April

  • 1 dag geleden
  • 4 minuten om te lezen

Vogels op strandhoofd

Dag Jesse,


‘Niet minder leven, maar een andere manier van leven. Niet het leven consumeren, maar het leren bewonen,’ zo eindigde je jouw vorige brief. Je had het over gulzigheid om ervaringen op te doen, ‘meer te doen, meer te beleven, meer te verzamelen’. En dat je daarin jouw fysieke grenzen tegenkomt die jou op het spoor zetten van een andere invulling van gulzigheid: ontmoeten, ontdekken, rust ervaren vanuit resonantie met iets dat groter is, transcendentie.


"Niet minder leven, maar een andere manier van leven. Niet het leven consumeren, maar het leren bewonen."

Dank om jouw persoonlijke verhaal te delen en welkom aan die andere kant van de krijgersberg, bergafwaarts. Heel herkenbaar. En ook gemakkelijk geschreven maar moeilijk waar te maken in deze wereld waarin afleiding, misleiding en verleiding – drie vormen van foute leiding - zo alomtegenwoordig zijn.


Ik bedenk me bij het schrijven van de woorden ‘misleiding en verleiding’ hoe verbolgen ik als tiener kon zijn over reclamebillboards langs de weg. Ik kon het oneerlijke ervan niet verdragen en er echt over fulmineren. Gisteren passeerde ik een vrachtwagen die kippen vervoert met in mooie layout de slagzin ’we turn animal welfare into profit’ - I kid you not – en die Koen-de-fulminator liet zich terug voluit gelden.


"We turn animal welfare into profit."

Dit geheel terzijde. Alhoewel. Het raakt aan het thema waarheid, en het belang ervan voor onze samenleving. Filosofe Alicja Gescinska roept me in haar boekje ‘Kinderen van Apate’ op om opstandig te blijven tegen de verlokkingen van de leugen. Apate ontsnapte als laatste uit de doos van Pandora en bracht misleiding en bedrog in de wereld. ‘We zijn allemaal haar nazaten’, schrijft Gescinska, ‘maar we kunnen wel opstandige kinderen zijn’.


Gescinska stelt dat we moeten blijven twijfelen, zoeken, in vraagstellen. In de eerste plaats onszelf. Enkel uit zelftwijfel kan zelfkennis komen, en met zelfkennis komt oprechtheid en waarachtigheid. ‘De filosofische houding maakt ons niet immuun voor verkeerde opvattingen en onjuiste overtuigingen. Maar zij wakkert in ons wel de vurige wil aan om ons daarvan te bevrijden.’ (p.69).


Haar pleidooi voor opstandigheid brengt me terug bij Camus, die jij in onze brieven geïntroduceerd hebt. Ook hij pleit voor opstandigheid als levenshouding. Het leven is absurd. Er is geen finale betekenis. Telkens we denken ‘het’ vast te hebben, spelen we het weer kwijt. We kunnen niet anders dan blijven zoeken, betekenis maken en ons verzetten tegen de onzin, de leugen, de betekenisloosheid. ‘Je révolte, donc nous sommes’ schrijft hij[i]. Camus’ ‘verzet’ is niet egoïstisch bedoeld. Integendeel. Voor hem is verzet gemeenschapsvormend. ‘Nee’ zeggen is opkomen voor iets dat voor iedereen belangrijk is.


Ik moest er aan denken tijdens een ontmoeting tussen het Antwerps stadsbestuur en de politie met lokale buurtbewoners over veiligheid en leefbaarheid in de buurt. “We dweilen met de kraan open, maar we blijven wel dweilen,” klonk het enkele keren als aanpak van de taaie grootstedelijke problematiek van drugs, afval, geweld, nachtlawaai en dies meer. “We pakken de persoon op, houden die administratief vast, bieden begeleiding aan, maar als die persoon dat niet wil, dan kunnen we daar niets aan doen, en staat die opnieuw op straat. Maar we blijven wel dweilen.”


“We dweilen met de kraan open, maar we blijven wel dweilen.”

Ik vond het wel getuigen van leiderschap: een soort aangehouden verzet tegen de dreigende chaos en anarchie. Iedere dag blijven opkomen voor het belang van netheid en veiligheid in de publieke ruimte. De politie en burgemeester brachten het met veel realiteitszin. Ze creëerden niet de illusie dat het oplosbaar is, maar ze maakten zich wel sterk: ‘dit is wat we kunnen doen en dagdagelijks ook doen. Het is ons werk’. Zonder een moraliserende ondertoon, zonder hoogdravendheid. Inspirerend.


Terwijl ik dit schrijf hoor ik ‘Sometimes it snows in April’ van Prince op de radio. Het liedje is gekozen op plaats 42 in de top 1000 van Radio 1. Eerder op de week fulmineerde ik – jaja, Koen-de-fuminator - tegen mijn lief dat die top 1000 toch o zo conservatief is. Al tientallen jaren dezelfde ‘classics’, terwijl onze maatschappij zo veranderd is. Waarom slaagt de publieke omroep er niet in alle culturen in onze samenleving te mobiliseren om – met de woorden van Gescinska – een meer waarachtige top 1000 te maken?


Sneeuw in april. Het lied gaat over het plotse verlies van een goede vriend, over verdriet en rouw, de thema’s van onze laatste brieven. Ze zijn naast opstandigheid even nodig op de agenda van leiderschapsontwikkeling. Als we niet actief, bewust omgaan met verlies riskeert onze opstandigheid te degraderen tot vijandigheid. Verdriet houdt ons verzet, onze morele moed zacht en duurzaam, eerder dan hardvochtig.


‘Love isn’t love until it’s passed’ is het laatste zinnetje in het lied. Als de liefde stopt, zeker als het plots is, dan beseffen we des te scherper de betekenis en rol ervan in ons leven. Met Judith hebben we beiden recent een dierbare, moedige, en ook opstandige collega-vriendin verloren. Ze was een aandachtige lezer van onze brieven, moedigde ons aan in ons leiderschapswerk. Ik vind het dan ook gepast haar hier te vermelden.


"Love isn’t love until it’s passed."

All good things, they say, never last

And love, it isn't love until it's passed


Judith, je wordt gemist.


Koen


Referenties:



Ginkgo biedt incompany programma’s op maat om jouw organisatieontwikkeling écht te laten werken.



Al 12 jaar schrijven Koen Marichal en Jesse Segers brieven naar elkaar. Soms in gesproken vorm, soms in geschreven vorm. Ongeacht de vorm is het onderwerp altijd leiderschap. In al zijn facetten: van het abstracte naar het concrete en terug. Soms met sterke emoties en soms koel en pragmatisch. En steeds opnieuw zijn ze het erover eens dat ze het niet helemaal eens zullen worden met elkaar. Wat hen bindt is kritisch denken en een passie om hun kennis te delen.   In deze nieuwe rubriek tonen zij hun eigen zoektocht, de wrijving en de zijsporen, de aarzelingen en stelligheden. Voor de lezer is het de uitnodiging om hun eigen leiderschapsdenken in vraag te stellen en dialectisch te blijven ontwikkelen.

bottom of page